| 06-04-2009 | |
| Door: | Mens en Spirit |
| Bron: | Mens en Spirit |

Op 26 oktober 2008 organiseerde de Partij voor Mens en Spirit in samenwerking met Caroline en Karel van Huffelen een themadag rondom het onderwerp Codex Alimentarius.
De besluitvorming rondom de Codex Alimentarius is ontransparant. Om toch tegemoet te komen aan de behoefte aan duidelijkheid bij mensen werd deze Codex Alimentarius dag georganiseerd, waarbij vier sprekers uitgenodigd werden om hun kant van het verhaal te vertellen. Twee sprekers van de ‘reguliere’ kant en twee uit de ‘alternatieve’ hoek. Wegens ziekte heeft helaas Hans Milikan, directeur van de stichting RING, het af moeten laten weten, maar het daardoor gevallen ‘gat’ werd flexibel ingevuld door de vorming van een forum, die duidelijk voorzag in de behoefte van de bezoekers om een aantal vragen te stellen en of stellingnamen naar voren te brengen.
De opkomst was met zo’n 60 aanwezigen goed te noemen en letterlijk uit alle delen van het land waren belangstellende afgereisd naar Baarn.
De dag werd geopend door Lea Manders (voorzitter Partij voor Mens en Spirit) men een warm welkom voor de aanwezigen en in het bijzonder de sprekers, welke deze dag hun bijdrage vrijwillig hebben geleverd.
Spreker Drs. W(im) H. van Eck (Voedsel en Waren Autoriteit) nam vervolgens als eerste spreker het woord. Hij gaf meer helderheid in het ontstaan van de Codex Alimentarius Commission en de complexe samenhang van deze organisatie wereldwijd en de afspraken.
De Codex Alimentarius Commission is in 1962 opgericht door de Wereld Voedselorganisatie (FAO) en de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO). Het doel van de Codex is het ontwikkelen van normen van levensmiddelen met als oogmerk het beschermen van de gezondheid van de consument en het bevorderen van de eerlijkheid in de handel (geen knollen voor citroenen verkopen). Op dit moment zijn ruim 170 landen lid van Codex. De Codex is een intergouvernementele organisatie. Internationale Non Gouvernementele Organisaties hebben een observer status, zijn mogen wel meepraten maar niet stemmen. Sinds enkele jaren is de Europese Gemeenschap ook lid van Codex (daarvoor hadden zij alleen een observer status). Het secretariaat van de Codex is ondergebracht bij de FAO in Rome. In de afgelopen 45 jaar heeft Codex over een breed terrein normen opgesteld voor voedselveiligheid en voedselkwaliteit. Codex normen zijn vrijwillig, lidstaten worden aangemoedigd deze normen in hun wetgeving over te nemen.
Voor de onderbouwing van de voedselveiligheidsnormen wordt gebruik gemaakt van het wetenschappelijk advies van de FAO en de WHO. In 1994 zijn Codex normen erkend in verdragen van de internationale Wereld Handelsorganisatie (WTO), een organisatie waaraan bijna alle landen van de wereld lid van zijn. Zij zijn referentie bij internationale handelsgeschillen. De facto betekent dit dat Codex normen een zekere mate van bindende werking hebben gekregen. Het feitelijke normstellende werk wordt gedaan in een groot aantal comité's dat ressorteert onder de Codex Alimentarius Commission. Nederland is vanaf het allereerste begin actief lid geweest van Codex. Al die jaren was Nederland gastland van een tweetal comité's, nl het Codex Committee on Food Additives and Contaminants (CCFAC) en het Codex Committee on Pesticide Residues (CCPR). Na splitsing van de CCFAC is Nederland nog gastland van het Contaminanten comité. Nederland is sinds 2006 ook geen gastland meer van de CCPR.
Aldus Wim van Eck is de Codex een normale internationale organisatie onder de vlag van FAO en WHO. Ambtenaren van LNV en VWS maken deel uit van de delegaties naar de Codex Commission en de comité's.
Voor Nederland geldt dat de wetgeving omtrent de levensmiddelen in Brussel wordt herzien en wij ons hebben aan te passen bij besluiten die door de EU zijn (aan)genomen. Bij het ontwikkelen van deze regelgeving wordt gekeken naar de Codex Alimentarius, maar waarbij sinds 1994 als belangrijke internationale partner ook de WTO (World Trade Organisation) om de hoek komt kijken. Deze houden namelijk eventuele handelsbarrières in het oog, waarbij gekeken wordt naar de normen voor handel in voedsel; zij gaan over de gezondheid van planten, dieren en mensen, en de maatregelen die getroffen dienen te worden wanneer deze aangetast dreigen te worden (b.v. quarantaine). Bij problemen wordt de maatregel getroffen die het minst verstorend voor de handel is.
De normen voor ons voedsel kunnen een barrière vormen voor de handel met een lidstaat. Een belangrijk voorbeeld hiervan is de norm die de EU heeft gesteld met betrekking tot de aanwezigheid van groeihormonen in het vlees. De EU wil dit duidelijk niet, maar heeft geen kans gezien om de schadelijke werking daarvan aan te tonen en moet derhalve van de WTO een boete van honderd miljoen betalen aan Amerika en Canada omdat we hun hormoonvlees niet in ons land toe willen laten. Deze regeling vloeit voort uit onderhandelingen met de WTO, waarbij bij het ‘voorzorgsbeginsel’ gehanteerd, en bij een ‘handelsdispuut’ de Codex Alimentarius erkend wordt. De WTO heeft geen invloed op de Codex Alimentarius, maar wel op het voedsel dat wij gepresenteerd krijgen. Bij beoordeling van de kwaliteit en de aanwezigheid van bijv. deze groeihormonen wordt op ‘wetenschappelijke basis’ alleen gekeken naar de (schadelijke) werking van het groeihormoon op zich. NIET naar de samenhang tussen verschillende, gelijktijdig of samen gebruikte hormonen en ook niet naar de culminatie van deze stoffen die we ook op andere wijze binnen krijgen.
Dit laatste bracht een groot aantal vragen naar voren en ook wel een grotere zorg. En eigenlijk ook de vraag ‘wat is het nut ervan?’. Vragen die in het forum dat later op de dag plaatsvond alle ruimte kregen om beantwoord te worden.
Na een korte pauze was het woord aan Dr. H(ans) Verhagen (RIVM).
Voeding en gezondheid is hot. Of je nu de tv neemt, advertenties, de radio of gesprekken op straat er wordt altijd wel gesproken over voeding. Je kunt er niet omheen.
Maar dat is niet altijd zo geweest. In de tijd van de Dinosaurussen nam men voedsel simpelweg om te overleven. Pas in de tijd van de Farao’s ging men nadenken over het combineren van voedsel. Pas eeuwen later toen de welvaart kwam verschenen de eerste richtlijnen voor goede voeding.
Voor een adequate voeding van de bevolking worden er richtlijnen vastgesteld om de overheid steun te bieden bij het ontwikkelen en monitoren van voedingsbeleid en om de bevolking voor te lichten. Eind 2006 heeft de Gezondheidsraad de “Richtlijnen Goede Voeding” vastgesteld (http://www.gr.nl/pdf.php?ID=1479&p=1). Hierin worden kwalitatieve en kwantitatieve richtlijnen gegeven voor een goede voeding voor de volwassen bevolking met een normaal en stabiel lichaamsgewicht als onderdeel van een gezonde leefwijze. Zulke wetenschappelijk vastgestelde richtlijnen worden voor dagelijks gebruik door de consument vertaald naar hoeveelheden te gebruiken voedingsmiddelen: in Nederland weten we dat we moeten eten volgens de “Schijf van Vijf” (http://www.voedingscentrum.nl/NR/exeres/8C1EECD5-9781-4C51-9DCB-761B3CD4C7D8.htm).
Tegenwoordig verschijnen steeds meer voedingsmiddelen op de markt met claims, beweringen op de verpakking over de werking of eigenschappen van het product, zoals “bevat vitamine C”, “extra calcium”, “minder vet”, “minder energie” (‘light’), of ze zijn “goed voor hart- en bloedvaten”, voor “extra weerstand”, en ten behoeve van een “goede nachtrust”. Voedingsmiddelen met zulke claims komen voor in vele vormen, zoals zuiveldrankjes, ontbijtgranen, margarines, en ook als voedingssupplementen en als ingrediënten voor voedingsmiddelen. Er wordt heel wat beweerd, maar het is tot nu toe onduidelijk of dit ook allemaal op waardheid berust.
Daarbij is het van belang te waken voor te hoge inneming van bepaalde stoffen. Vitaminen en mineralen zijn nodig om te overleven, maar te veel kan schadelijk zijn voor de gezondheid.
Om de alsmaar toenemende stroom van zulke functionele voedingsmiddelen en supplementen te reguleren en tevens te waken voor te hoge en schadelijke blootstelling van de consument heeft de Europese Commissie onlangs twee Verordeningen gepubliceerd:
- EU Verordening 1925/2006 aangaande de toevoeging van vitaminen en mineralen en andere stoffen, waarin staat dat er maxima moeten worden gesteld voor vitaminen en mineralen in levensmiddelen en/of supplementen ( http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2006:404:0026:0038:NL:PDF ). Want, aldus Hans, ook een teveel aan vitaminen kan toxisch/giftig zijn.
Aan de hand van gewogen gemiddelde is berekend en ook vastgesteld hoeveel vitaminen en mineralen wij dagelijks mogen gebruiken.
Hoewel de bovengrens (wanneer wordt het echt gevaarlijk) ruim boven het toegestane gemiddelde was, werd dit niet als ‘zoete koek’ aangenomen door de gasten. Wie bepaalt wat een gemiddelde is? Wie bepaalt wat goed is voor ons?
- EU Verordening 1924/2006 aangaande voedings- en gezondheidsclaims op voedingsmiddelen (http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/site/nl/oj/2007/l_012/l_01220070118nl00030018.pdf).
De achterliggende gedachte bij deze verordening is geweest dat voeding aan het veranderen is. Steeds meer supplementen komen op de markt. Allen met hun eigen ‘claim’ of bewering dat het supplement ergens goed voor is. Light, verhoogt de weerstand zijn nog maar enkele voorbeelden hiervan. Deze verordening stelt heel simpel dat wat je op de verpakking zet, dat je dit ook waar moet kunnen maken. Dus voordat je op de verpakking mag zetten: verhoogt de weerstand, moet dat eerst bewezen worden. Een kostbaar en lang proces. Voor de wetenschappelijke onderbouwing van gezondheidsclaims maakt de Europese Commissie gebruik van de adviezen van de Europese Voedsel- en Waren Autoriteit (EFSA;
http://www.efsa.europa.eu/EFSA/efsa_locale-1178620753812_home.htm). De EFSA adviezen sluiten wetenschappelijk aan bij de criteria voor de onderbouwing van gezondheidsclaims zoals vastgesteld in het EU project Passclaim (2001-2005; http://europe.ilsi.org/NR/rdonlyres/645FAEEF-98BC-496A-9FD2-1AEEF16832EC/0/PASSCLAIMConsensusonCriteria.pdf), en bij standpunten vanuit vroegere nationale gedragscodes.
Separaat aan dit proces is de Codex alimentarius overigens ook bezig met het ontwikkelen van aanbevelingen voor de wetenschappelijke onderbouwing van gezondheidsclaims, en die liggen ook geheel in dezelfde lijn (ftp://ftp.fao.org/codex/ccnfsdu30/nf30_06e.pdf
Wat betreft bepaalde gezondheidsclaims bij kruidengeneesmiddelen werd vanuit het publiek een aardig voorbeeld aan de hand gedaan. Iemand die geconstateerd had dat mensen met kanker ontzettend veel baat hadden bij een bepaald voedingssupplement, werd tijdens een beurs waarop hij deze aanbood aangesproken en beboet door de inspectie die zorgt voor de naleving van bovenstaande regelgeving. Hoewel hij de werking wetenschappelijk kon onderbouwen, zal dit middel niet verkocht mogen worden onder deze claim, aangezien met het registreren hiervan (hetzij als gezondheidsclaimmiddel via die EU-verordening hetzij als geneesmiddel via de Geneesmiddelenwet) zoveel geld gemoeid was dat dit voor hem niet haalbaar zou zijn. Helaas zullen middelen die een genezende werking hebben, maar niet winstgevend genoeg zijn of niet gepatenteerd kunnen worden vanwege financiële belangen niet als geneesmiddel gepresenteerd kunnen worden.
Dat ook dit gedeelte het nodige losmaakte werd duidelijk tijdens het forum.
Na de lunch was het Caroline van Huffelen die het stokje als voorzitter van Lea Manders overnam.
Als eerste deed Frans Vermeulen (journalist) kort en bondig verslag van een thema-avond over de Codex van 25 oktober 2008 in Utrecht die was georganiseerd door de dr. Rath foundation en de boodschap van Paul Taylor (Health Alliance) die avond: Codex is tot stand gekomen door handelsmotieven. Heeft 2 ouders (FAO en WHO). Paul maakt zich zorgen over de toekomst omtrent onze voeding. Alles wordt voorgekauwd door Brussel. Hoewel hij zich zorgen maakt, is hij absoluut niet somber en roept een ieder op om zijn/haar stem te laten horen.
Aan de zaal merkte je duidelijk dat dit in goede aarde viel.
Spreektster Désiree Röver (medisch journaliste) had een duidelijk eigen mening over medicijnen, vitaminen en mineralen. Ondersteund door haar onderzoeken en gesprekken die zij met talloze vooraanstaande artsen en mensen voert.
In haar visie wordt het soort mensen dat tegenwoordig deel uitmaakt van de maatschappij bepaald door vaccinaties, gerechtelijke bevelen en ons huidige knutselvoedsel. “Wie het voedsel beheerst, beheerst de wereld” is een uitspraak van het hoofd van Bayer, de fabrikant van genees- én bestrijdingsmiddelen. De huidige geneesknudde (zoals Désirée dat noemt) is aangestuurd door Rockenfeller en gebaseerd op farmaceutische belangen. “Intens verdrietig en ongelooflijk pissig” wordt ze van alles wat ze tijdens haar kritische onderzoeken tegen is gekomen en ze betreurt met name het feit dat veel artsen zich niet eens bewust zijn van het feit dat ze meewerken aan de agenda die deze ontwikkelingen aanstuurt. Désirée weet dit aan de angst van de artsen om zichzelf belachelijk te maken bij collega’s, maar er spelen ook andere belangen mee. Doktoren hebben zich te houden aan richtlijnen die voor behandeling zijn opgesteld. Wanneer ze dat niet doen, en het loopt verkeerd af lopen ze kans hun status, baan en inkomen te verliezen. Vandaar dat het makkelijker is genezingen op basis van alternatieve geneeswijzen weg te schrijven onder de noemer ‘wonder’ of ‘toeval’.
Een levendige toespraak met een enorm aantal citaten en/of uitspraken. Om er enkele uit te lichten:
Vitamine fluctueert naar wat je nodig hebt
Wie het voedsel beheerst, beheerst de wereld.
Voedsel is een wapen.
Haar enorme kennis was te onuitputtelijk om vast te leggen, maar zeker de moeite waard om naar te luisteren.
Het werd pas echt spannend en levendig tijdens het forum. Een aantal brandende vragen kregen eindelijk de aandacht.
Waarom moeten wij 100 miljoen betalen aan Amerika omdat we weigeren groeihormonen te eten?
Waarom alles wetenschappelijk onderzoeken terwijl onze aarde ons zoveel te bieden heeft. Waarom daar niet de aandacht op richten.
Wat is er mis met bewustwording en eigen verantwoordelijkheid.
Al die wetenschappelijke onderzoeken kosten ontzettend veel geld. Dit is voor de alternatieve hoek nog lang niet te betalen.
Kruiden en hun geneeskundige krachten zijn al eeuwenlang bekend. Waarom wordt daar niets mee gedaan?
De antwoorden bleven voor een deel aan de oppervlakte. Niet zo zeer door gebrek aan kennis, doch door het gegeven dat de sprekers slechts de bestaande wetten uitvoeren en niet zelf het beleid bepalen. Het zijn hun bazen (de politiek) die dat uiteindelijk wel kunnen doen!
Leuk was te constateren dat meerdere van de aanwezige wetenschappers, die daarnaast met energieën werken, aangaven dat de biochemische werking van ons lichaam (waar we het nu over hadden) secundair is aan de energetische werking daarvan, en dat dit geheel nieuwe perspectieven biedt als we dat erkennen.
Concluderend hebben we gehoord dat de Codex Alimentarius richtlijnen voor gezonde voeding geeft en is als richtlijn derhalve niet direct bindend.
Deze richtlijnen werken echter wel door in de wereldhandelsverdragen (WTO), die zijn aangegaan om de vrije handel tussen verschillende landen zo veel mogelijk te waarborgen. Zonder deze regels zouden verschillende landen door allerlei verschillende voedselkwaliteitseisen te stellen in feite de vrije handel frustreren. De landen in de wereld hebben in het belang van de belangen die zijn gediend met de vrije handel tussen landen en werelddelen de (Codex)richtlijnen van de WTO geaccepteerd.
Verder worden de (Codex) richtlijnen doorvertaald in Europese regelgeving die ook bindend is.
Kortom, indirect dus toch wel bindend.
Vrijheid die dus is of wordt ingeperkt vanuit het grote belang dat men ziet in het borgen van de vrije handel (levert namelijk ook veel voordelen op) of in het belang van de consument (voorkomen dat vele middelen/preparaten met allerlei ‘loze’ beloften op de markt worden gegooid). Nieuwe middelen zullen alleen worden toegelaten nadat ze een keuringsprocedure hebben doorlopen waarvoor onderzoeksrapporten en moeten worden overgelegd. Dat betekent dat dit alleen kan indien daar mensen kennis en geld in willen steken. En daar liggen voor een aantal ‘alternatieve’ middelen mogelijk belemmeringen omdat die in een aantal gevallen geen kapitaalkrachtige organisatie achter zich hebben staan.
Deze boeiende dag werd afgesloten met een optreden van het zangduo To Be. Twee mooie nummers waar klassiek en pop samen gaan, met een prachtige (ver)bindende tekst.
Lea Manders bedankte tenslotte nogmaals met warmte de sprekers en iedereen die deze dag gekomen is. Een mooie dag om op terug te kijken.
Links waarnaar werd verwezen:
http://www.codexalimentarius.nl/
http://www.codexalimentarius.net/web/index_en.jsp
http://nl.wikipedia.org/wiki/Codex_Alimentarius
http://www.codexalimentarius.net/download/standards/10206/cxg_055e.pdf
http://www.cfsan.fda.gov/~dms/dscodex.html
http://www4nl.dr-rath-foundation.org/extras/codex/codex-whatisit.html
http://magazine.diamental.nl:80/literatuur/rubrieken/verslagen/mensenspirit-ca.htm
Sprekers
Wim van Eck is hoofdinspecteur Levensmiddelen en genotmiddelen bij de Voedsel en Waren Autoriteit. Hij was vice-voorzitter van de Codex van 2005-2008. Van 1991-2002 was hij voorzitter van de CCPR (zie hierna). Hij werkte toen bij het ministerie van VWS en was verantwoordelijk voor voedelveiligheid, voeding en levensmiddelenwetgeving.
Sinds 1993 neemt hij deel aan de vergaderingen van de Codex Alimentarius Commission, vanaf 1999 als hoofd van de delegatie, alternerend met een collega van het ministerie van LNV. Van 2002 tot 2005 werkte hij bij de WHO in Genève, eveneens aan projecten in relatie tot Codex.
Hans Verhagen (1957) werkte van 1990-2000 in het TNO voeding en genotmiddelen onderzoeksinstituut in Zeist: 5 jaren als groepsleider Genotoxicity and Antimutagenesis, 5 jaren als hoofd van het voedsel analyse afdeling. Van 2000-2005 werkte hij aan het Unilever gezondheidsinstituut in Vlaardingen als manager algemene en wetenschappelijke zaken. Sinds 2005 werkt hij als hoofd van het centrum voor voedings en genotmiddelen van het RIVM in Bilthoven. Hans Verhagen heeft meer dan 100 wetenschappelijke onderzoeken en wetenschappelijke rapporten gepubliceerd. Hij is lid van internationale wetenschappelijke commite’s, en verbonden aan de Nederlandse Academie voor voedingswetenschappen. Van 1999-2004 was hij verbonden aan “Food & Chemical Toxicology” (http://www.elsevier.com/locate/foodchemtox). Hij is gecertificeerd toxicologist (sinds 1990) en voedingskundige (sinds 2005). Sinds 1 Juni 2006 is hij een lid van het EFSA-NDA panel (European Food Safety Authority: nutrition, dietetic products and allergies; http://www.efsa.europa.eu/EFSA/ScientificPanels/efsa_locale-1178620753812_NDA.htm).
Désiree Röver is medisch onderzoeksjournalist en mind-body therapeut.
Wereldwijd spreekt zij met artsen en onderzoekers in het veld van complementaire en holistische benaderingen van gezondheid. Vanuit die ontmoetingen heeft zij een schat verworven aan wetenschappelijke uitleg en bevestiging van mind-body heling fenomenen.
Vanwege haar brede benadering en expertise wordt zij regelmatig uitgenodigd als dagvoorzitter van zowel regulier,- als complementair gerichte medische congressen, alsook van openbare debatten.
Zij beschikt over een breed historisch overzicht van de Westerse patentgeneeskunde. Daarnaast heeft zij via haar wereldwijde contacten met artsen, therapeuten en onderzoekers een gedegen wetenschappelijke onderbouwing verzameld in het fascinerend veld van complementaire-, en holistische benaderingen van gezondheid.