Het feest van de geest

04-06-2009
Door: Geert van Leest
Bron:
Pinksteren, feest van de Geest !

De volgelingen van Jezus van Nazareth zitten bij elkaar. En dan gebeurt het. Er is een geraas alsof er een hevige wind opsteekt, de discipelen van Jezus worden getooid met een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreiden. Vol enthousiasme en in verschillende talen vertellen ze door wat hun meester hen heeft bijgebracht. Een paar mensen kijken het nuchter aan en zeggen: wat heeft dit te betekenen, ze zullen wel dronken zijn! Maar dan staat Petrus op en vertelt zo’n gedreven verhaal, dat het enthousiasme overslaat op velen.
De discipelen zijn geïnspireerd door Jezus. Dat waren ze toen hij nog op aarde was. Hoe nu verder, nu hij er niet meer is? Terwijl ze bij elkaar zijn en niet goed weten wat te doen, raken ze begeesterd door iets dat groter is dan henzelf. Ze lopen over van een ongekend enthousiasme, ze staan in vuur en vlam. Waar het hart vol van is loopt de mond van over. Ze geven hun boodschap door aan ieder die het maar horen wil.

Dit vermogen om ergens enthousiast voor te worden en ‘ervoor te gaan’ is het centrale gegeven van het Pinksterfeest. Dit thema is van alle tijden, geldt voor alle mensen.
We vragen ons wellicht wel eens af: ‘Wat heeft al ons gezwoeg voor zin?’ ‘Het leven is niet meer dan lucht en najagen van wind.’ Tja, zo willen we waarschijnlijk toch ook weer niet bij de pakken neerzitten, we willen toch iets van ons leven maken, we willen toch wel ergens voor gaan.
Maar waar haal je blijvende inspiratie vandaan in deze steeds veranderende wereld?

Als je naar je eigen levensgeschiedenis kijkt, dan kun je constateren dat je verandert, maar ook, dat je op een bepaalde manier dezelfde persoon blijft. Je herkent jezelf waarschijnlijk nog uit de tijd dat je kind was. De verhalen van vroeger, hoe je toen reageerde, je kan het je misschien nog inleven. Je denken, voelen, willen, waarnemen verandert. En toch ben je op een bepaalde manier nog steeds dezelfde! Lijkt het niet alsof je bestaat uit een aspect dat veranderlijk is, dat mee verandert met de ervaringen die je opdoet, en uit een aspect dat onveranderlijk is?

Hoe is dit bij onszelf te herkennen? Waarschijnlijk kennen we allemaal verschillende stemmingen in ons leven. We kunnen actief zijn, zin hebben om van alles aan te pakken. Maar we kunnen ook passief zijn, er komt dan niets uit je handen.
Je kunt ook in evenwicht zijn, niet overdreven actief en ook niet lui of passief. Je voelt je dan bijvoorbeeld alert en op je gemak. Je geest is helder, waakzaam, ontvankelijk.
De wisselingen van deze energieën herkennen we ook in de natuur, in bijvoorbeeld de opeenvolging van de seizoenen: het groeien, bloeien, vergaan en opnieuw tot bloei komen.
Het handhaven van een innerlijk evenwicht lijkt de bedoeling.

Maar voorbij onze actieve strevingen en hartstochten, voorbij onze depressies en donkere gevoelens, bevindt zich het onveranderlijke IK
Niet ons (hogere) zelf is aan verandering onderhevig, maar ons aardse zijn. Niet onze essentie, onze ziel, maar ons lichaam, onze emoties, ons denken. Onze ziel, neemt waar, weerspiegelt en verandert zelf niet.

We vinden vrede en geluk niet in de veranderlijke wereld. Het leven bevredigt ons in wezen niet. En waarom niet? Het leven bevredigt niet omdat we voortdurend en onophoudelijke verlangen naar datgene wat we nog niet hebben. We verlangen naar (steeds meer) genot, weelde, comfort, succes. We verlangen ernaar geen pijn te hebben, geen ongemak, ziekte, verdriet, boosheid, we wijzen alles af dat we als onprettig ervaren. We hebben een soort paradijselijk verlangen naar een leven zonder angst en pijn. Dit verlangen, ook wel hunkeren genoemd, houdt ons in zijn greep. We kunnen zo gevangen raken in een vicieuze cirkel van verlangen. De vraag die zich voordoet is: is dan alle verlangen slecht? Verlangen is toch iets zeer menselijks?
Inderdaad, verlangens zijn inherent aan het menszijn en zijn op zichzelf niet goed of fout. Zo is het verlangen om zichzelf in de wereld te manifesteren op zich een gezond verlangen. Als je echter niet vaardig met dit verlangen omgaat kun je in de ban ervan raken en neemt deze drijfveer bezit van je. Je jaagt ambities na en komt bijvoorbeeld in een carrièredwang. Je ziet de ander als je concurrent die je opzij moet zien te zetten. Je bent dan geen meester meer van jezelf. Je wilt steeds verder, steeds meer, steeds door, en hebt geen rem. Dit kan leiden tot stress, psychosomatische klachten, overspannenheid, onderdrukking van jezelf, onethisch gedrag ten opzichte van anderen.
Je kan daarin een middenweg bewandelen. Dit betekent dat we gezond om gaan met dit manifestatiestreven. Van belang is dat we ons bewust zijn van deze drijfveren en dat we ons er niet aan hechten. Wanneer we zelf onze grenzen onderkennen en deze ook in acht nemen blijven we meester over onszelf.
Hoe kunnen we opeen juiste manier van omgaan met onze verlangens? Het gaat erom dat we de gehechtheid aan het verlangen los laten.
Het is een illusie te menen dat we door de bevrediging van onze aardse verlangens gelukkig kunnen worden. Het doorzien van deze illusie is een belangrijke stap op het pad van inkeer, inzicht, overgave, aanvaarding. Dit is geen goedkope manier van ‘nemen zoals het nu eenmaal is’, het is geen gemakkelijke weg. Soms gebeuren er dingen in je leven of in de maatschappij die zo radicaal zijn dat ze inzicht geven in datgene waar het werkelijk om gaat en dat de aardse verlangens overstijgt.

Het is belangrijk dat we regelmatig onze geest zuiveren, net zoals we regelmatig ons lichaam wassen en reinigen. Onze geest kan tot rust gebracht worden door op de juiste wijze te ademen: de adem zuigt als het ware als een stofzuiger de stof uit ons lichaam en onze geest op en verwijdert dit. Ook is het belangrijk dat we ons concentreren op het positieve, op het licht. Je ontkent daarmee de duistere kant niet, maar je concentreert je er niet op. Door de dingen met sympathie te beschouwen en met goede wil wordt de geest van het negatieve gezuiverd.
Zo’n levenshouding doet ons afzien van het zoeken van geluk in de uiterlijke wereld en leidt ons naar de plaats waar we werkelijk geluk en levensinspiratie kunnen vinden. Het is de ontdekking dat God (of het Al, of de universele kracht) woont in ons aller hart.

Breng de stem van je hart tot ontwaken, laat het oplaaien als een vuur! Dit is wat de discipelen deden op Pinksterdag. Ze stelden hun hart open voor de Heilige Geest, de Universele Geest van het Al (God). Daardoor konden zij -en wij kunnen dat nog steeds- contact maken met de universele dimensie. De individuele ziel en de universele God zijn dan één. Ons gewonde hart en onze geest kunnen zich dan verenigd voelen. Deze ervaring kan ons weer heel maken, kan ons heilig maken. Want dat is de betekenis van het woord ‘heilig’: het betekent ‘heel’, geheeld, genezen, harmonieus, één. We kunnen ons ‘één’ voelen met alle mensen en alle religies, die uiteindelijk allemaal die weg wijzen, de weg die via verstilling, via ons hart, leidt tot het ervaren van inspiratie, inzicht en kracht.

Dat is het wonderlijke resultaat van onze zoektocht. Als ons hart verbonden is met die ‘goddelijke’ dimensie, dan voelen we geen vrees voor andersdenkenden, voor andere religies. Dan zijn we zielen waar geen vrees in woont. Dan staan we open voor elkaars geschriften en claimen we niet één godsdienst als de ene ware. Dan ervaren we gezamenlijk een universele omgang en voelen we ons verbonden met mensen van alle talen, rassen, naties, culturen en religies. In ons aller harten woont God, de universele kracht, en als we ons openstellen zullen we zijn stem horen, die voortdurend van binnenuit tot ons komt. Niemand uitgezonderd. Dan kunnen we, zoals de discipelen, enthousiast worden. Vanuit een eigen innerlijke vrede en geluk op reis gaan in de wereld en simpelweg Zijn: vrede en geluk naar de ander, in een veranderlijke wereld..

Dat zouden we aan ieder willen vertellen, in alle talen. Het Griekse woord En-thuo-ousios betekent zoveel als het zichtbaar worden van een staat van innerlijke overgave of vervoering die in ons wezen aanwezig is. Zo kan het Pinksterfeest ons uitnodigen ons te verbinden met het goddelijke, namelijk met ons diepste zelf en daardoor met alle mensen op de wereld. We zijn allen één!

Partij voor Mens en Spirit is een politieke partij die zich baseert op grondslagen vanuit moderne spiritualiteit
Het hart is het centrale punt tussen ‘het hogere (geest) en het lagere (materie)’. De mens leeft in beide werelden. Als we ons bezig houden met besluitvorming en praktische zaken, dan willen we dat doen vanuit een totaal mens-zijn. Politieke visie- en besluitvorming vinden daarom plaats vanuit het hart. We zoeken naar een balans en naar all win principes.
Om onze eigen diepere wijsheid aan te spreken wenden we ons steeds tot Spirit, dat voor sommigen hun innerlijke bron, hun hoger zelf is en voor anderen De Bron kan zijn. In dit proces zijn zelfkennis en bewustzijn onontbeerlijk. Door te werken in onszelf werken we ook in de wereld. Door te werken in de wereld werken we ook in onszelf. Alles is één.


Geinspireerd op een toespraak gehouden op eerste pinksterdag 15 mei 2005 in de soefitempel Murad Hassil te Katwijk aan Zee.



Reageer

Naam: *
E-mail:
Website:
Bericht: *
* verplicht veld

0 Reacties